Onderweg van zijn logeeradres naar de plaats van de slacht komt Ko Ho Sing altijd langs een heel mooi huis, dat hij best zou willen hebben. Hij woont nog steeds in hetzelfde huis dat hij al sinds het begin van zijn verblijf in Djokja huurt. Aan de eigenaar van het mooie huis, Djapar, is zijn belangstelling niet ontgaan. In feite gaat het om twee huizen: achter het huis aan de weg staat nog een huis. Djapar wil het voorste huis wel verkopen. Ko Ho Sings bod van ƒ 3.500 wordt aanvaard; hij doet meteen een aanbetaling van ƒ 1.000. De meubels laat hij alvast maken, van djatiehout, dat hij na veel speuren in Klatèn vindt, halverwege Djokja en Solo.
Langzamerhand is het tijd om de overdracht te regelen. Maar dan blijkt Djapar het huis aan zijn dochter gegeven te hebben. Bovendien openbaart zich uitgerekend nu dat hij lijdt aan edan tahoen, periodieke krankzinnigheid. Ook zijn dochter zou aan de ziekte lijden; zij is dus evenmin aanspreekbaar. Het contract komt ongetekend terug. Noodgedwongen laat Ko Ho Sing het er bij zitten. Zijn geld is hij kwijt.
Toevallig geeft de sultan van Djokja op verzoek van de resident grond vrij, speciaal voor nooddruftige Chinezen om er een huis te bouwen. De sultan stelt de grond ter beschikking aan de resident, die op zijn beurt een zekere Lie Djam Ling inschakelt om het project te realiseren.
Dat wil Ko Ho Sing ook wel. Hij meldt zich bij de resident en sleept een stuk grond in de wacht, waar hij vijf huizen op zet. Eén is bestemd voor zijn broer Tjoe Sing; de vier andere zijn voor hemzelf, twee grote en twee kleinere. Hij blijft overigens in het huurhuis wonen. Er is een heel stel timmerlieden, metselaars en losse arbeiders aan het werk, onder leiding van de Chinees Djoa Ting Swie.
Het valt de voorbijganger op dat de nieuwe huizen strak op een rij staan. De Nederlandse lezer herkent hier de rooilijn, Nederlands erfgoed dat ook op Java sporen nagelaten heeft. Een Javaans woord voor ‘rooilijn’ is er niet.
Al bezit Ko Ho Sing nu een eigen huis, of zelfs huizen, dat is geen reden om te verhuizen: hij blijft in zijn huurhuis, gelegen in wat sinds de aanleg van de nieuwe, noordelijke Chinese wijk de zuidelijke Chinese wijk wordt genoemd.

