Een tijdje geleden terugkomend van Parangtritis, had Ko Ho Sing met Wie Gwan Tjoan zitten praten over een derde echtgenote. Wie Gwan Tjoan wist misschien iemand; hij schrijft nu dat de uitslag positief is. Het meisje heet Djoa Sjoe Njo; ze is de dochter van een zekere Djoa Ting Swie. Was dat niet de baas op Ko Ho Sings bouwproject?
Ko Ho Sing is in zijn nopjes. Hij richt zijn huizen in: tafels, stoelen, schilderijen, spiegels, bijzettafeltjes, sofa’s, een schrijftafel, staande lampen en kroonluchters – een schitterend gezicht, door al die spiegels, als de lampen ’s avonds aangestoken worden.
De 26e van de Chinese maand Lak Gu Wik, in het Nederlandse jaar 1864, wordt er getrouwd. Ko Ho Sing is negenendertig, zijn bruid negentien. Zij is eenvoudig op zijn Maleis gekleed. Het feest is in Kota Gedé, net buiten Djokja (bekend van de zilversmeden). Chinees en Javaans, de hele familie is er. Tot laat wordt er gegeten, gedronken, gekaart. Maar het is toch niet meer dan een feestje (pista tjilik), zegt de biograaf zuinig.
Hierna verschijnen er nieuwe gasten. Hen trakteert Ko Ho Sing op een tochtje naar de koningsgraven in Imogirie, ten zuiden van Djokja, en naar het strand van Parangtritis, aan de zuidkust (waar ze naast het graf van Maoelana nu ook het graf van Bela-Beloe bezoeken, de beide heiligen die daar liggen).
Terug in Djokja besluit men te gaan bidden in Brasoet, een gehucht aan de andere kant van Djokja, aan de voet van de Merapi, waar een beeld is van de Chinese god Kwik Sing Ong. Een danseres, Mlattie, en vier gamelanspelers gaan mee. Het gezelschap wordt met veel égards ontvangen door de plaatselijke opiumkithouder. ’s Middags en ’s avonds wordt er gedanst op de muziek van de gamelan. De stemming is opperbest.
De volgende dag huren ze een bootje om de rivier af te zakken; Mlattie stapt ook in. Iedereen is vrolijk. Het bootje schommelt soms vervaarlijk; op een gegeven moment slaat het om, wat iedereen nog vrolijker maakt. Onderweg passeren ze een plek waar je goed zou kunnen picknicken. Warempel, daar staat een maaltijd, voor hen. Hun gastheer uit Brasoet heeft stiekem wat mensen te paard vooruitgestuurd. Ten slotte bereiken ze het strand. Na een nacht doorhalen keren ze de volgende dag terug naar Brasoet, waar ze opnieuw een feestje bouwen. Voldaan keert het gezelschap terug naar Djokja.

