Brengt Ko Ho Sings nieuwe staat van getrouwd man de verandering teweeg die zijn moeder ervan verwacht? Jazeker. Geen uitspattingen meer (op een enkel hanegevecht na); er moet brood op de plank want hij is getrouwd. Hij zet zijn oude stiel voort, het opkopen van oogsten in de omliggende dorpen. Maar anders dan voorheen keert hij nu steeds terug naar huis. De onderwijzer die de twee broers na hem, van dertien en negen jaar, het lezen en schrijven bijbrengt, wordt door hem betaald: vijftig gulden per jaar. (Wat brengt die hun bij: het Javaanse alfabet, het Chinese, het Latijnse? De biografie maakt ons niet wijzer.) Het is 1845 – Ho Sing is twintig jaar.
Een nieuwe ervaring is de vendutie waar hij naartoe gaat. Een vendutie was destijds, zoals in Nederland nog steeds, een openbare verkoping, bij opbod of afslag. In het Nederlands-Indië van de negentiende eeuw stond een vendutie bovendien voor wat wij nu een openbare aanbesteding zouden noemen, van ambten en functies. De verkoop van opium bijvoorbeeld werd zo voor een bepaalde tijd per regio geregeld. Ook het innen van marktpenningen of van de belasting op de slacht en dergelijke ging naar de hoogste bieder.
Ho Sings eerste vendutie is een aanbesteding, in dit geval van het pandjeshuis in Djokjakarta. De vendutie is geen succes. Publiek is er genoeg; het erf van de residentswoning is tjokvol. Wellicht heeft dat de veilingmeester overmoedig gemaakt: hij zet hoog in. Niemand reageert. Hij verlaagt zijn inzet, en nogmaals, en nogmaals, maar niemand steekt zijn hand op. Onverrichterzake hamert de veilingmeester af.
In een ander opzicht heeft deze vendutie wel succes. Pachters van ambten en functies besteedden die op hun beurt geheel of gedeeltelijk vaak weer uit aan onderpachters, buiten de venduties om. Ho Sing legt contact. Zo wordt hij inner van de marktbelasting en van die op de slacht, in een dorp met de naam Glagah. Hij doet dat samen met twee vrienden, om de onderaannemingskosten, de tekte (een Chinees leenwoord in het Javaans), te drukken. Onenigheid, over het geld dat de ene vriend van de andere geleend heeft (om zijn aandeel te kunnen bekostigen) en over de hoogte van de belasting die ze willen heffen, plaatst Ho Sing in de positie van bemiddelaar. Wie had dat een jaar eerder kunnen voorspellen!

