Op een dag komt Liang Njo uit Magelang kijken hoe het met moeder en schoonzus in Djokja is. ’s Avonds, als ze onder elkaar zijn, wil ze nog iets kwijt. Er is in Magelang een meisje geboren waarvan Ho Sing de vader zijn zou. Het schijnt sprekend op hem te lijken. Als dat zo is, dan is het familie, oordeelt moeder. Ho Sing wordt er bij geroepen maar hij weet nergens van. Dat hij de aantijgingen niet expliciet ontkent, zegt volgens de vrouwen echter genoeg.
Ting Njo en Liang Njo zoeken de moeder op. Ting Njo bekijkt het wurm van alle kanten maar haar besluit staat al vast: ze wil het meisje adopteren. De reactie van de moeder, een Javaanse, geeft de verhoudingen aardig weer:
| ‘Doet U zoals het U belieft. |
| Het voelt helemaal niet als een kind van mij. |
| Het is van U.’ |
De moeder krijgt 25 gulden. Ting Njo gaat helemaal op in haar nieuwe rol; ze bedelft het kind onder haar liefde. Moeder in Djokja vindt een min tegen betaling van kost, inwoning en kleren.
Ko Ho Sings tweede vrouw, Padie, bevalt in deze tijd van een dochter. Ook zij beiden kunnen hun geluk niet op. Er komt veel bezoek langs.
Dan neemt het lot een keer. De aangenomen dochter van Ting Njo wordt ernstig ziek. Alle geneesmiddelen ten spijt sterft ze. Het verdriet van Ting Njo is onbeschrijfelijk; telkens als ze aan haar dochtertje denkt, schiet haar gemoed vol.
Ko Ho Sing is verguld met zijn dochter. Het maakt hem niet uit dat het geen jongen is; hij is oprecht blij. De danseressen en musici bij het eerstvolgende Chinese Nieuwjaar, in 1862, merken het in hun portemonnee. Helaas is dit dochtertje evenmin een lang leven beschoren. Ook zij wordt ziek, en hoewel Ko Ho Sing niets onbeproefd laat, medicijnen, toverdokters (doekoens), het baat allemaal niet; ze sterft.
Ko Ho Sing is ontroostbaar. Hij schreeuwt zijn verdriet uit. Moeder probeert hem tevergeefs te sussen. Overmand door verlangen schrikt hij op, iedere keer als hij een kind hoort huilen, en rent hij er op af, in de verbeelding dat het zijn dochtertje is. Op den duur zoekt hij troost in de armen van een nieuwe maîtresse, Moersielah, een knappe vrouw. Dan pas raakt zijn dochtertje op de achtergrond.

